1. Visie op leiderschap en persoonlijk leiderschap
Deelnemers onderzoeken wat goed leiderschap binnen jouw organisatie betekent. Ze krijgen inzicht in verschillende leiderschapsstijlen, hun persoonlijke kwaliteiten en ontwikkelpunten en de invloed van hun gedrag op anderen.
Ze ontwikkelen een authentieke leiderschapsstijl die past bij henzelf, hun medewerkers en de organisatiecontext.
2. Verbindend communiceren en coachend leidinggeven
Leidinggevenden leren hoe zij heldere verwachtingen uitspreken, constructieve feedback geven en medewerkers begeleiden in hun ontwikkeling. Onderwerpen kunnen zijn:
- Luisteren, doorvragen en samenvatten
- Feedback geven en ontvangen
- Medewerkers aanspreken op gedrag en afspraken
- Coachende gesprekken voeren
- Omgaan met weerstand
- Vertrouwen en psychologische veiligheid versterken
- Eigenaarschap en verantwoordelijkheid stimuleren
3. Individuele ontwikkeling en teamontwikkelingLeidinggevenden krijgen inzicht in wat medewerkers en teams nodig hebben om goed te functioneren. Ze leren kwaliteiten herkennen, verschillen benutten en teamdynamieken bespreekbaar maken. Daarbij werken ze aan:
- Talentgericht leidinggeven
- Motiveren en ontwikkelen van medewerkers
- Situationeel leidinggeven
- Samenwerking binnen teams
- Omgaan met verschillende behoeften en werkstijlen
- Duidelijke rollen en verantwoordelijkheden
- Bouwen aan vertrouwen en gezamenlijke resultaten
4. Verandermanagement en draagvlak creërenVerandering vraagt om meer dan een plan. Medewerkers moeten begrijpen waarom iets verandert, wat dit voor hen betekent en welke bijdrage van hen wordt verwacht. Leidinggevenden leren:
- Richting en duidelijkheid geven
- Weerstand herkennen en onderzoeken
- Medewerkers actief betrekken
- Draagvlak opbouwen
- Omgaan met onzekerheid
- Verandering vertalen naar concreet gedrag
- Over afdelingen en projecten heen samenwerken
5. Vitaal leiderschapVitaal leiderschap gaat over leidinggeven met aandacht voor duurzame inzetbaarheid, energie, werkdruk en voorbeeldgedrag.
Deelnemers onderzoeken hun eigen belastbaarheid en leiderschapsstijl en leren signalen bij medewerkers eerder herkennen. Ze oefenen met het voeren van gesprekken over werkdruk, grenzen, motivatie, ontwikkeling en inzetbaarheid.
Zo dragen leidinggevenden bij aan een werkomgeving waarin medewerkers gezond, gemotiveerd en inzetbaar kunnen blijven.